
Het nieuwe AI-rapport in Google Search Console: wat meet het en hoe gebruik je het?
Jarenlang bleef één vraag bij GEO vervelend onbeantwoord: verschijnt onze website eigenlijk in de AI-antwoorden van Google?
Aan GEO-advies geen gebrek. Aan stellige claims evenmin. Maak een llms.txt-bestand. Knip ieder antwoord op in veertig woorden. Voeg schema toe. Verzamel merkvermeldingen. Publiceer honderd pagina’s. En als dat niet werkt, ligt het vast aan je “AI authority”. K

Daarom hebben we voor dit artikel niet simpelweg de populairste GEO-tips verzameld. We hebben officiële documentatie van Google, OpenAI, Microsoft en Perplexity naast recente onderzoeken van onder meer Ahrefs, SISTRIX, Pew Research Center, Adobe en de oorspronkelijke GEO-paper gelegd. Daarbij maken we steeds onderscheid tussen drie dingen:
Dat onderscheid is belangrijk. Een verband kan een uitstekende aanwijzing zijn, maar het is nog geen knop waaraan je even draait. En een regel voor Google AI Overviews hoeft niets te zeggen over ChatGPT of Perplexity.
Wil je eerst terug naar de basis? Lees dan wat we precies bedoelen met Generative Engine Optimization. Ken je de basis al? Mooi. Dan gaan we meteen naar de claims die de gemiddelde GEO-checklist liever overslaat.
Nee. Voor Google is goede SEO nog altijd de basis onder zichtbaarheid in AI Overviews en AI Mode.
Google zegt daar in zijn officiële AI-optimalisatiegids uit juli 2026 iets opvallend direct over: vanuit Google Search bekeken is optimaliseren voor generatieve zoekfuncties nog steeds SEO. De antwoorden gebruiken de bestaande Search-index en leunen op bekende ranking- en kwaliteitssystemen. Een pagina die niet goed kan worden gecrawld, niet wordt geïndexeerd of geen snippet mag tonen, begint met een flinke achterstand.
Toch vinden we “GEO is gewoon SEO” óók te makkelijk. De basis overlapt sterk, maar de gewenste uitkomst verandert wel degelijk. Bij klassieke SEO kijken we naar posities, impressies, kliks en conversies. Bij GEO komen daar nieuwe vragen bij:
Wordt je pagina als bron gebruikt? Wordt je merk bij naam genoemd? Sta je tussen de aanbevolen opties? In welke context verschijnt je merk? En gebeurt dat alleen in Google, of ook in ChatGPT, Perplexity en Copilot?
GEO is dus geen vervanger van SEO, maar een extra laag erbovenop. Techniek, content en autoriteit blijven staan. Bronselectie, merkcontext, bronvermeldingen, vaak citations genoemd, en AI-zichtbaarheid komen erbij.
Vuistregel: als de SEO-basis van een website rammelt, beginnen we niet met exotische GEO-trucs. Dan lossen we eerst indexatie, techniek, contentkwaliteit, interne links en autoriteit op. Dat werk helpt beide.
Wie die combinatie praktisch wil maken, kan verder met onze 12 GEO-tips voor websites.
Een hoge organische positie helpt, maar is geen toegangsbewijs voor een plek in een AI-antwoord.
Dit is in 2026 extra interessant geworden. Ahrefs analyseerde 863.000 zoekresultaten en vier miljoen URL’s die in Google AI Overviews werden geciteerd. Van die geciteerde URL’s stond 37,1% als normale blauwe link in de top 10 voor exact dezelfde zoekopdracht. Nog eens 26,2% stond tussen positie 11 en 100. Maar liefst 36,7% stond voor die directe zoekopdracht niet in de organische top 100.
Dat percentage vraagt om nuance. Ahrefs verbeterde zijn meetmethode en Google veranderde in dezelfde periode de modellen achter AI Overviews. Je kunt de uitkomst daarom niet één op één vergelijken met oudere onderzoeken. Het is ook geen bewijs dat organische rankings ineens onbelangrijk zijn.
Wat het wél laat zien: Google hoeft zijn AI-bronnen niet uitsluitend uit de zichtbare top 10 van de oorspronkelijke zoekopdracht te halen. Via query fan-out kan een pagina worden gevonden bij een specifiekere deelvraag, terwijl die voor de brede beginvraag nergens bovenaan staat.
Optimaliseer daarom niet alleen voor de breedste formulering. Een pagina kan juist als bron worden gekozen vanwege één scherpe vergelijking, een concreet bezwaar, eigen testdata of een specialistisch antwoord dat op andere pagina’s ontbreekt.
Een nummer 1-positie blijft waardevol. Alleen is positie 1 niet hetzelfde als bronpositie 1.
Een gebruiker stelt één vraag. De AI-zoekmachine kan daar vervolgens een hele reeks zoekacties van maken.
Google noemt dit query fan-out. Het model splitst een bredere vraag op in gerelateerde deelvragen en zoekt gelijktijdig naar aanvullende informatie. OpenAI beschrijft een vergelijkbaar proces waarbij ChatGPT een vraag kan herschrijven en extra, specifiekere zoekopdrachten kan uitvoeren.
Stel dat iemand vraagt:
“Welk SEO-bureau past het beste bij een groeiende webshop?”
Een systeem kan dan onder meer informatie proberen te vinden over ervaring met e-commerce, technische kennis, cases, prijzen, contractduur, klantreviews, rapportage en kennis van AI-zoekmachines. Dat zijn mogelijke deelvragen, geen zoekopdrachten die het platform daadwerkelijk laat zien. De precieze fan-out houdt het systeem grotendeels voor zichzelf.
Precies daarom is het riskant om één losse prompt als nieuw hoofdzoekwoord te behandelen. De bron die uiteindelijk wordt geciteerd, hoeft de oorspronkelijke zin niet eens letterlijk te gebruiken. De pagina moet vooral bruikbaar zijn voor één of meer onderliggende informatietaken.
Schematische weergave van query fan-out in een AI-zoekmachine.
Voor content betekent dat:
Query fan-out is geen uitnodiging om vijftig bijna identieke pagina’s te publiceren. Het is een uitnodiging om beter na te denken over het volledige beslistraject.
Een prompt is geen modern woord voor een zoekwoord. De twee soorten onderzoek beantwoorden verschillende vragen.
Zoekwoordonderzoek laat zien waar aantoonbare zoekvraag zit, welke termen mensen gebruiken, hoe concurrerend een onderwerp is en welke intentie de huidige zoekresultaten laten zien. Promptonderzoek voegt context toe. Welke eisen stelt iemand? Welke alternatieven worden vergeleken? Welk bezwaar volgt op het eerste antwoord? Wat wil iemand weten voordat er een keuze wordt gemaakt?
Wij werken daarom liever met drie lenzen:
Zoekdata toont de bestaande vraag. Denk aan zoekvolume, rankings, Search Console-data en commerciële termen.
Promptclusters tonen hoe een onderwerp zich in een gesprek kan ontwikkelen. Niet één perfecte prompt, maar groepen rond leren, vergelijken, oplossen en kiezen.
Echte klanttaal toont wat tools missen. Vragen uit salesgesprekken, e-mails, reviews, support en offertes zijn vaak veel waardevoller dan een lijst met synthetisch bedachte prompts.
Wie alleen naar zoekvolume kijkt, mist nieuwe en zeer specifieke beslisvragen. Wie alleen prompts verzint, kan maanden werken aan vragen die bijna niemand stelt. De combinatie is sterker.
Google waarschuwt bovendien expliciet tegen losse pagina’s voor iedere mogelijke longtail- of fan-outvariant. De systemen begrijpen synoniemen en betekenis. Meer URL’s is geen vervanging voor betere informatie.
Als alle platformen dezelfde bronnen gebruikten, zou het meten van GEO een stuk eenvoudiger zijn. De werkelijkheid is rommeliger.
In een groot onderzoek van Ahrefs uit 2025 kwamen slechts 7 van de 50 meest genoemde websites terug in de top 50 van Google AI Overviews, ChatGPT én Perplexity. Dat is 14% overlap. Het onderzoek zegt niet dat iedere individuele prompt 86% andere bronnen oplevert, maar het toont wel hoe verschillend de bronprofielen van platformen kunnen zijn.
Die verschillen zijn logisch. Google AI Overviews gebruiken Googles eigen index en kwaliteitssystemen. Perplexity bouwt sterk rond actuele webretrieval. ChatGPT kan afhankelijk van de vraag, zoekmodus, modelkeuze en beschikbare bronnen weer een andere route nemen. Licentiedeals, lokale resultaten, actualiteit, veiligheidsfilters en de manier waarop een prompt wordt herschreven kunnen eveneens meespelen.
Ook binnen één platform is de uitkomst niet vast. Een modelupdate, een andere redeneermodus of een kleine wijziging in de prompt kan de bronselectie veranderen.
Daarom bestaat er geen universele “AI-ranking”. Een merk kan uitstekend zichtbaar zijn in Google AI Overviews en nauwelijks voorkomen in ChatGPT. Andersom kan net zo goed.
Belangrijk voor rapportages: zet bronvermeldingen uit verschillende platformen niet zonder context op één hoop. Meet per platform, markt, taal en vraagtype. Pas daarna is een totaalscore enigszins zinvol. Verschillende AI-platformen selecteren ieder hun eigen bronnen.
“We hebben de AI-bot geblokkeerd” klinkt duidelijk, maar zegt technisch nog bijna niets. De grote platformen gebruiken verschillende crawlers en instellingen voor verschillende doelen.
| Doel | Bot of instelling | Wat dit praktisch betekent |
|---|---|---|
| ChatGPT Search | OAI-SearchBot | Toestaan helpt OpenAI om content voor zoekantwoorden te ontdekken, samen te vatten en te citeren |
| Mogelijke training door OpenAI | GPTBot | Kan apart worden geblokkeerd zonder automatisch uit ChatGPT Search te verdwijnen |
| Ophalen na een actie van een ChatGPT-gebruiker | ChatGPT-User | Is geen automatische zoekcrawler; omdat het bezoek door een gebruiker wordt gestart, zijn robots.txt-regels mogelijk niet van toepassing |
| Google AI Overviews en AI Mode | Googlebot en de Search-index | Er is geen aparte Google-AI-crawler nodig voor deze Search-functies |
| Andere AI-toepassingen van Google | Google-Extended | Deze instelling staat los van opname en rankings in Google Search |
| Perplexity Search | PerplexityBot | Is bedoeld om pagina’s voor Perplexity-resultaten te indexeren, niet om een eigen basismodel te trainen |
Technisch kun je GPTBot dus blokkeren voor mogelijke training en OAI-SearchBot tegelijk toelaten voor ChatGPT Search. OpenAI documenteert die keuzes als onafhankelijk van elkaar.
Maar toestemming is nog geen selectie. Een crawler kan in robots.txt welkom zijn en alsnog stranden op een firewall, CDN-regel, botbeveiliging, login, foutieve statuscode of slecht gerenderde pagina. Voor Google moet een ondersteunende bron bovendien geïndexeerd zijn en in Search een snippet mogen tonen.
Wij maken daarom onderscheid tussen drie stappen:
Veel technische GEO-audits stoppen na stap één. Daar begint het onderzoek pas.
llms.txt-bestand is inmiddels onmisbaarllms.txt is een tekstbestand waarmee een website een compacte, machinevriendelijke route naar belangrijke content kan aanbieden. Het idee is sympathiek. De status wordt alleen vaak veel groter gemaakt dan hij is.
Google zegt sinds juli 2026 expliciet dat Google Search llms.txt, speciale AI-tekstbestanden en vergelijkbare markup niet gebruikt voor zichtbaarheid in AI Overviews, AI Mode of de normale zoekresultaten. Voor Google helpt het niet en schaadt het niet.
Voor andere systemen kan llms.txt nu of later best een functie krijgen. Alleen bestaat er op dit moment geen universele standaard die een website door het plaatsen van zo’n bestand ineens beter vindbaar maakt in alle AI-zoekmachines.
Er zit zelfs een praktisch risico aan gedachteloos gebruik: je voegt nog een bestand toe dat inhoudelijk gelijk moet blijven aan je website. Als prijzen, diensten of voorwaarden in het bestand afwijken van de website, voeg je juist ambiguïteit toe.
Heb je beperkte ontwikkeltijd? Besteed die dan eerst aan crawlbaarheid, interne links, een correcte XML-sitemap, heldere canonicals, snelle serverreacties en inhoud die zichtbaar in de HTML staat. Dat zijn aantoonbaar belangrijkere voorwaarden.
Structured data is nuttig, maar geen directe GEO-rankingknop.
Google stelt dat structured data niet vereist is om in zijn generatieve zoekfuncties te verschijnen. Er bestaat ook geen speciaal schema.org-type voor AI Overviews of AI Mode. Markup voor bijvoorbeeld producten, organisaties, artikelen en breadcrumbs kan Google wel helpen om expliciete gegevens te verwerken en kan een pagina in aanmerking laten komen voor bepaalde klassieke zoekfuncties. De gegevens moeten dan overeenkomen met wat een bezoeker op de pagina ziet.
Een onderzoek van Ahrefs uit mei 2026 maakt de nuance nog interessanter. Ahrefs volgde 1.885 pagina’s die JSON-LD toevoegden en vergeleek ze met ongeveer 4.000 controlepagina’s. Voor ChatGPT en Google AI Mode waren de gemeten verschillen klein en statistisch niet van nul te onderscheiden. Bij AI Overviews daalde de behandelde groep iets harder, maar ook dat bewijst niet dat schema bronvermeldingen schaadt.
Daar hoort een belangrijke beperking bij: de onderzochte pagina’s werden vóór de wijziging al veelvuldig geciteerd. Over het effect van schema op pagina’s die nog helemaal niet als bron zichtbaar zijn, doet deze studie geen uitspraak.
In dit onderzoek leverde extra schema geen aantoonbare stijging in bronvermeldingen op.
Ook FAQ-markup verdient een realitycheck. Google toont sinds 7 mei 2026 geen FAQ rich results meer. Een goede FAQ kan nog steeds enorm waardevol zijn voor bezoekers en kan nuttige vragen beantwoorden. Alleen is de markup geen geheime GEO-route.
Gebruik structured data dus voor correcte, consistente en ondersteunde informatie. Niet omdat een plugin een groen lampje met “AI ready” laat zien.
Er bestaat geen ideale GEO-alinealengte. Er is ook geen Google-regel die voorschrijft dat ieder antwoord in een los blokje moet staan.
Google ontkrachtte verplichte “chunking” in juli 2026 expliciet. De systemen kunnen nuance, synoniemen en meerdere onderwerpen op één pagina begrijpen. Een lang artikel is niet automatisch beter, maar een korte pagina evenmin.
Waarom werken duidelijke tussenkoppen, kernantwoorden, tabellen en compacte alinea’s dan vaak toch goed? Omdat mensen er sneller mee vinden wat ze zoeken. De informatie wordt concreter en minder dubbelzinnig. Dat kan een systeem ook helpen om de juiste passage te herkennen, maar het menselijke nut hoort de reden voor de structuur te zijn.
Een prettige antwoordopbouw is vaak:
Kernantwoord → onderbouwing → uitzondering → praktische vervolgstap
Soms kost dat zestig woorden, soms zeshonderd. Een juridische uitleg vraagt meer nuance dan de vraag hoeveel gram vruchtvlees er gemiddeld in een avocado zit.
Schrijf dus geen tekst die klinkt alsof iedere alinea auditie doet voor een chatbot. Schrijf een pagina waarop een mens snel antwoord krijgt en daarna precies genoeg verdieping vindt om een goede beslissing te nemen.
Honderd nieuwe pagina’s geven je vooral honderd nieuwe kansen om iets middelmatigs te publiceren.
Dat AI een tekst kan produceren, betekent niet dat er automatisch vraag naar die tekst is. Het betekent evenmin dat Google of een andere zoekmachine er een goede bron in ziet. Google beoordeelt AI-content niet op het gebruikte gereedschap, maar op het resultaat en de bedoeling. Content die behulpzaam en oorspronkelijk is, kan prima presteren. Op grote schaal pagina’s maken om zoekresultaten te manipuleren valt daarentegen onder scaled content abuse, ongeacht of een mens, een model of een combinatie van beide de tekst schreef.
Ook het idee dat iedere denkbare prompt een eigen URL nodig heeft, loopt snel vast. Je krijgt overlap, interne concurrentie en pagina’s zonder eigen reden van bestaan. Voor een bezoeker is het verschil tussen “Wat kost GEO?”, “Wat is de prijs van GEO?” en “Hoe duur is GEO?” minimaal. Drie vrijwel gelijke pagina’s maken het antwoord niet drie keer beter.
Wij kijken liever naar informatiewinst. Voegt de nieuwe pagina iets toe dat nog nergens degelijk staat?
Is het antwoord vier keer nee, dan is verbeteren of samenvoegen meestal sterker dan publiceren. Topical authority ontstaat niet door een onderwerp zo dun mogelijk over veel URL’s uit te smeren. Het ontstaat doordat je de belangrijke vragen binnen een vakgebied betrouwbaar, samenhangend en herkenbaar vanuit echte expertise beantwoordt.
Hier zien we een echt onderzoeksresultaat veranderen in een internetspreuk.
De oorspronkelijke GEO-paper, gepubliceerd bij KDD 2024, onderzocht verschillende manieren om content zichtbaarder te maken in generatieve zoekresultaten. Strategieën met bronverwijzingen, citaten en statistieken konden binnen de experimentele opzet de zichtbaarheid verbeteren, in sommige gevallen tot 40%. Het onderzoek was belangrijk omdat het GEO voor het eerst systematisch probeerde te meten.
Maar “tot 40%” betekent niet “altijd 40%”. De uitkomsten verschilden per onderwerp, strategie en systeem. Het onderzoek gebruikte een benchmark en een specifieke set generatieve zoekmachines, niet de huidige productieversies van Google AI Mode, ChatGPT en Perplexity. Bovendien zegt zo’n experiment niet dat je willekeurig een percentage aan een bestaande alinea kunt plakken en vervolgens hoger wordt geciteerd.
Sterker nog: keyword stuffing werkte in het onderzoek niet goed. Dat past bij wat we in de praktijk zien. Opvulling die alleen slim oogt, maakt een bron niet bruikbaarder.
Statistieken hebben waarde als ze een bewering controleerbaar maken. Publiceer daarom bij eigen onderzoek ook de steekproef, meetperiode, methode, definities en beperkingen. Verwijs je naar onderzoek van een ander, controleer dan de oorspronkelijke bron en laat zien waarop het cijfer betrekking heeft. Een percentage zonder context is decoratie. Een goed uitgelegde meting is bewijs.
GEO-tip: heb je gegevens die niemand anders heeft, bijvoorbeeld uit klantcases, productgebruik, zoekgedrag of een eigen test? Maak daarvan een heldere bronpagina. Eén degelijk onderzoek kan veel meer onderscheidend vermogen hebben dan twintig samenvattingen van wat al overal staat.
AI-zoekmachines gebruiken geregeld recentere bronnen dan de klassieke organische resultaten. Dat maakt actualiteit belangrijk, maar niet op de manier waarop sommige contentkalenders het invullen.
Ahrefs vergeleek 17 miljoen AI-bronvermeldingen met organische zoekresultaten. Over ChatGPT, Perplexity, Copilot en Gemini samen waren de geciteerde URL’s gemiddeld 1.064 dagen oud, tegenover 1.432 dagen voor de organische resultaten. Dat is gemiddeld 25,7% recenter. Toch was de gemiddelde AI-bron dus nog altijd bijna drie jaar oud. Bij de bovenste Google AI Overview-bronnen was zelfs geen voorkeur voor recentere publicaties zichtbaar: die waren gemiddeld ongeveer even oud, en in deze dataset zestien dagen ouder dan de organische resultaten.
Een nieuwe datum is dus niet het doel. Actuele inhoud is dat wel, vooral bij onderwerpen waarop prijzen, wetgeving, producten, functies of marktverhoudingen veranderen.
Een echte update controleert de feiten opnieuw, vervangt oude voorbeelden, verwerkt nieuwe ontwikkelingen, repareert kapotte verwijzingen en benoemt zo nodig wat er inhoudelijk is gewijzigd. Alleen “bijgewerkt op 29 juli 2026” boven een tekst uit 2023 zetten, maakt die tekst niet vers. Het maakt de datering onbetrouwbaar.
Wij zouden bij belangrijke GEO-pagina’s daarom liever een inhoudelijke onderhoudslog bijhouden dan een blind verversingsschema. Actualiseer wanneer de werkelijkheid verandert, niet wanneer een spreadsheet rood kleurt.
Een AI-systeem dat de beste oplossing probeert te adviseren, heeft weinig aan vijf pagina’s waarop een bedrijf zichzelf vijf keer geweldig noemt. Onafhankelijke bevestiging is interessanter.
In een Ahrefs-onderzoek onder 75.000 merken hingen vermeldingen op het web duidelijk sterker samen met AI-zichtbaarheid dan klassieke domeinmetrics. YouTube-vermeldingen lieten in die dataset zelfs de sterkste correlatie zien. Dat is geen bewijs dat één vermelding een bronvermelding veroorzaakt. Bekende merken krijgen immers vaak tegelijk meer aandacht, meer links, meer zoekvraag en meer aanbevelingen. Het onderzoek wijst wel overtuigend in dezelfde richting als gezond verstand: de positie en expertise van een merk worden duidelijker en geloofwaardiger wanneer relevante derden het in een heldere context bespreken.
Dat kunnen vakmedia, brancheplatformen, klanten, vergelijkingssites, communities, podcasts, video’s of deskundigen zijn. De context is doorslaggevend. Een merknaam in een generieke lijst van honderd aanbieders zegt weinig. Een inhoudelijke bespreking van de aanpak, een onderbouwde klantcase of een onafhankelijke vergelijking biedt veel meer context.
Betekent dit dat backlinks dood zijn? Zeker niet. Links helpen zoekmachines met ontdekken, context, verkeer en autoriteit. Veel sterke vermeldingen bevatten bovendien vanzelf een link. Goede linkbuilding en sterke merkvermeldingen zijn geen rivalen. Ze ontstaan vaak om dezelfde reden: je doet, weet of publiceert iets dat werkelijk het noemen waard is.
Google waarschuwt in zijn AI-richtlijnen ook tegen kunstmatige vermeldingen die alleen voor Search zijn opgezet. Een netwerk van betaalde, inhoudsloze mentions ziet er misschien druk uit in een rapport, maar bouwt geen reputatie waarop een aanbeveling kan leunen.
AI-antwoorden hebben bronnen nodig, geen voorkeur voor een WordPress-bericht met precies 1.500 woorden.
Een sterke bron kan net zo goed een productpagina, handleiding, vergelijking, calculator, onderzoek, video, afbeelding, database, categoriepagina of lokale bedrijfspagina zijn. Het juiste format hangt af van de taak. Iemand die wil weten wat een dienst inhoudt, heeft uitleg nodig. Iemand die twee producten vergelijkt, wil specificaties en verschillen. Iemand die vandaag iets wil kopen, heeft meer aan een actuele prijs, levertijd en retourvoorwaarde dan aan een filosofisch blog over de categorie.
Voor webshops wordt dit onderscheid alleen maar belangrijker. Google raadt aan om productgegevens op de website, in structured data en in Merchant Center correct en consistent te houden. Denk aan prijs, voorraad, afbeeldingen, varianten, verzendinformatie en retourbeleid. AI kan alleen verantwoord adviseren wanneer de onderliggende gegevens kloppen.
Ook beeld en video verdienen een eigen rol. Een originele productdemonstratie, een scherpe grafiek of een opname waarin een specialist een lastige keuze uitlegt, kan een keuze verduidelijken die in tekst lastig helder te maken is. In onderzoek naar online merkvermeldingen komt YouTube bovendien opvallend vaak naar voren.
Wie e-commerce wil vertalen naar een concreet GEO-plan, kan verder lezen over GEO voor webshops en over hoe AI productvergelijking verandert.
Hier komen drie cijfers samen die op het eerste gezicht met elkaar botsen:
8% tegenover 15%. Pew Research Center volgde in maart 2025 het browsergedrag van 900 Amerikaanse volwassenen en analyseerde 68.879 Google-zoekopdrachten. Bij een AI Overview klikten gebruikers in 8% van de bezoeken op een klassiek zoekresultaat. Zonder AI Overview was dat 15%.
Ongeveer 1%. In datzelfde onderzoek klikten gebruikers bij slechts ongeveer 1% van de bezoeken met een AI Overview op een bronlink in de samenvatting zelf.
120% meer. Seer Interactive rapporteerde in april 2026 op basis van 53 merken, 5,47 miljoen gevolgde zoekopdrachten en 2,43 miljard organische impressies dat geciteerde merken bij informationele zoekopdrachten 120% meer organische kliks per impressie kregen dan niet-geciteerde merken op een SERP met AI Overview. Vergeleken met resultaten zonder AI Overview kregen de geciteerde merken nog altijd 38% minder kliks per impressie.
De onderzoeken meten andere datasets en andere vergelijkingen. Samen vertellen ze een nuttiger verhaal dan één los percentage: SERP’s met AI Overviews gingen in deze datasets samen met minder kliks, maar als er al een AI Overview stond, hing een bronvermelding samen met een duidelijk grotere relatieve kans op een klik.
Een bronvermelding heeft daarnaast waarde zonder directe sessie. Je merk kan in de shortlist komen, later als merknaam worden gezocht of via een ander kanaal terugkeren. Tegelijk mogen we dat effect niet automatisch als succes boeken. Zonder herkenbare merkvermelding, overtuigende reden om door te klikken en goede landingspagina blijft zo’n vermelding soms gewoon een voetnoot.
Vraag bij iedere bronpagina daarom: wat krijgt de gebruiker op onze site dat niet volledig in het AI-antwoord past? Denk aan een interactieve berekening, volledige methode, eigen dataset, actuele voorraad, persoonlijk advies, een download, scherpe voorbeelden of een volgende stap die werkelijk helpt.
Er is reden voor enthousiasme, maar niet voor een universeel conversiepercentage.
Adobe baseerde zijn analyse op meer dan een biljoen bezoeken aan Amerikaanse retailsites en ruim acht miljoen bezoeken aan Amerikaanse reissites. In de retailsector converteerden bezoekers uit generatieve AI-bronnen in mei 2026 54% beter dan verkeer uit andere bronnen en lag de omzet per bezoek 53% hoger. Ze bekeken meer pagina’s en verlieten de site minder snel. In de reissector lag de conversie van AI-verkeer juist 28% lager, ondanks langere bezoeken en meer betrokkenheid.
Een plausibele verklaring is het verschil in beslistraject. Een retailvraag kan eindigen in een concrete productkeuze. Een complexe reis wordt misschien eerst uitgebreid onderzocht en pas dagen later, op een ander apparaat of rechtstreeks bij een aanbieder, geboekt. Dezelfde bronvermelding kan dus een andere rol in het beslistraject hebben.
Ahrefs publiceerde eerder een opvallend praktijkvoorbeeld van de eigen website: in een meetperiode van dertig dagen kwam slechts 0,5% van de bezoeken via AI, maar die groep was goed voor 12,1% van de aanmeldingen en converteerde 23 keer zo vaak als organisch zoekverkeer. Interessant, maar het blijft één bedrijf met een doelgroep die bovengemiddeld veel AI-tools gebruikt.
Wij behandelen AI-referralverkeer daarom als een afzonderlijk kanaal, niet als een belofte. Splits waar mogelijk uit op bron, landingspagina, apparaat en conversietype. Bekijk ook microconversies zoals een offerte-start, calculatorgebruik, nieuwsbriefinschrijving of terugkerend bezoek. ChatGPT voegt bij zoekreferrals doorgaans utm_source=chatgpt.com toe, maar niet iedere merkvermelding wordt een klik en niet iedere klik wordt correct herkend.
De beste benchmark is niet Adobe, Ahrefs of een Amerikaanse webshop, maar je eigen conversiepad, marge, klantreis en meetdata.
Steeds meer GEO-data wordt zichtbaar, maar geen enkele bron laat het volledige plaatje zien.
GEO is in de zomer van 2026 beter meetbaar dan een jaar geleden. Google introduceerde op 3 juni aparte rapporten voor generatieve AI in Search Console, voorlopig voor een deel van de websites. Daarin zie je onder meer hoe vaak URL’s uit je site in generatieve functies verschenen, welke pagina’s zichtbaar waren en hoe de resultaten zich verdelen over landen, apparaten en tijd. Het aparte rapport toont nog geen kliks, prompts, positie van de bronvermelding of kliktoewijzing per AI-antwoord.
Bing Webmaster Tools gaat op sommige punten verder. Het AI Performance-rapport is nog een publieke preview en bundelt data uit Microsoft Copilot, AI-samenvattingen in Bing en geselecteerde partnerintegraties. Het toont onder meer bronvermeldingen en geciteerde pagina’s. In juni kwamen daar inzichten in intenties, onderwerpen, citation share en vergelijkingen bij. Voor ChatGPT en andere platformen blijven referraldata en representatieve promptmetingen voorlopig belangrijke aanvullingen.
Geen van die bronnen ziet het hele plaatje. Een analyticsplatform ziet alleen bezoekers die klikken. Een prompttool test een steekproef en kan afwijken van wat een gebruiker in een andere taal, locatie, accountstatus of modelvariant ziet. Search Console laat platformdata zien, maar niet ieder commercieel vervolg. Daarom meten we GEO in vier lagen:
Meet dezelfde representatieve promptsets regelmatig, maar doe niet alsof het resultaat een vaste ranking is. SISTRIX volgde 82.619 prompts zeventien weken lang en zag dat AI Mode wekelijks ongeveer 54% tot 59% nieuwe brondomeinen gebruikte, afhankelijk van het onderzochte land. In de Duitse ChatGPT-data lag dat percentage op 74%; in de Britse en Franse datasets was het lager. Op URL-niveau bleek de wisseling nog groter. Een losse screenshot is dus geen nulmeting.
Werk bij grotere wijzigingen met test- en controlepagina’s, noteer de implementatiedatum en kijk over meerdere weken naar een combinatie van signalen. Zo verklein je de kans dat een modelupdate, seizoenseffect of veranderde bronselectie ten onrechte als het resultaat van je nieuwe FAQ of auteursbox wordt gezien.
Actuele Google-instelling: in Search Console kunnen websites die toegang hebben hun site als geheel uitsluiten van generatieve Search-functies. Dat kan zinvol zijn bij een duidelijke juridische of zakelijke reden, maar voor de meeste commerciële websites staat uitsluiten haaks op het doel van GEO. Controleer de instelling wel, zodat zichtbaarheid een bewuste keuze is.
De rode draad na deze zeventien punten is helder. Goede GEO begint niet met een geheim bestand of een magische woordlengte. Het begint met een website die als bron de moeite waard is.
Onze prioriteiten zijn:
Daar komt de volgende ontwikkeling al achteraan. AI-systemen geven niet alleen antwoord, maar helpen steeds vaker een handeling voorbereiden. Voor website-eigenaren betekent dat dat gegevens zoals prijs, voorraad, voorwaarden, locatie en beschikbaarheid niet alleen leesbaar, maar ook ondubbelzinnig en toegankelijk moeten zijn. Een goede bron eindigt niet bij een bronvermelding. De vervolgstap op de website moet net zo sterk zijn.
GEO is geen verzameling losse trucs. Digitale vindbaarheid wordt breder: je content moet niet alleen gevonden worden, maar ook voldoende helder en geloofwaardig zijn om als bron of aanbeveling te dienen. Merken die hun techniek, informatie en reputatie gezamenlijk ontwikkelen, bouwen hier de sterkste voorsprong op.
Wil je weten waar jouw website GEO-kansen laat liggen? Lees meer over onze aanpak als GEO-specialist of bekijk wat er komt kijken bij GEO uitbesteden en de kosten daarvan.
Voor dit artikel hebben we onder meer de volgende bronnen en onderzoeken geraadpleegd:
Kai HeininkSenior SEO- en GEO-specialist
Laatst bijgewerkt op 29 juli 2026

Jarenlang bleef één vraag bij GEO vervelend onbeantwoord: verschijnt onze website eigenlijk in de AI-antwoorden van Google?

Zoeken is niet meer wat het was. En meten? Dat al helemaal niet. Je kunt nog zo trots zijn op je organische positie in Google, maar als een AI-antwoor

De kosten van GEO uitbesteden? Dat ligt ietwat ingewikkeld omdat GEO eigenlijk altijd met SEO gecombineerd wordt. In dit artikel geven we aan wat de w